Toen we dood waren...


Diedrich Diederichsen



Wie de pijl van de tijd omdraait kan soelaas vinden voor de rol die het grillige toeval speelt in de condition humaine. De volstrekte onzekerheid omtrent het tijdstip en de wijze van onze eigen dood kunnen we compenseren door te proberen ons weer de tijd voor de geest te halen dat we al eens dood, in elk geval niet in leven waren. Voor we geboren werden. Die periode is goed gedocumenteerd, ze bevat geen onzekerheden en bereikt haar hoogtepunt in de overweldigende gebeurtenis van het eigen ontstaan. Een mooie, veilige en zinvolle wereld, vrij van welke krenking dan ook, ook al was haar laatste, beslissende consequentie - voordat ze in een nieuwe toestand, mijn leven, overgaat - mijn geboorte te bewerkstelligen en mogelijk te maken. De zin van alle tijd voor mijn geboorte, die onverbiddelijk met mijn geboorte eindigt, kan dus alleen maar zijn dat ze mij heeft geproduceerd. Wat een fantastische, rijke, oneindige en toch volkomen afgesloten en gegarandeerd verrassingsvrije wereld!
Het werk van de tekenaar Marcel van Eeden lijkt te voldoen aan een overvloed van regels: tijdens een rondgang over een kunstbeurs valt mij een reeks zwart-wit tekeningen op die alle in houtskool op heel dik papier van steeds identiek formaat zijn gemaakt en de meest uiteenlopende motieven laten zien: zuiver typografische fragmenten, interieurs die onmiddellijk herkenbaar zijn als citaten uit speelfilms (en waarvan niet zozeer de cinematografische bron als wel het genre ons direct te binnen schiet), nagetekende journalistieke foto's met hun kenmerkende niet-klassieke of maniëristische beeldopbouw, details van bioscoopposters (of andere affiches) en borden. Het formaat is altijd hetzelfde, het papier lijkt in één keer te zijn ingekocht en de zachte, dik-krijtende houtskoolstift fungeert niet alleen als vormgevingsmiddel, maar geeft ook de lijst die de uiteenlopende motieven tot een eenheid maakt. De in elk opzicht uiteenlopende bronnen en onderwerpen wekken de indruk dat de verhouding tussen de regels en de rol van het toeval vermoedelijk volgens de oude verdeling tussen vorm en inhoud is opgelost (als we inhoud provisorisch met onderwerp, motief of verwijzing vertalen). Stijl, middelen en formaat zijn duidelijk, al het andere blijft open.
Bij nadere beschouwing blijkt bijna het tegendeel het geval. Marcel van Eeden maakte elke dag een tekening, altijd naar een toevallig gevonden model. De tekening is in zwart-wit. Het formaat staat van tevoren vast. Maar algauw wordt duidelijk dat er voortdurend inbreuk op al die regels wordt gemaakt. Op zijn website, de documentatie van zijn visuele dagboek, ontstaan op één dag plotseling meerdere aquarellen. Die zijn bovendien in kleur. Dan wordt het werk vanwege een reis onderbroken. Natuurlijk zijn er - zoals door installatiefoto's wordt bewezen - ook andere formaten, en wordt er vast en zeker ook ander papier gebruikt. Het hoeven geen beelden, maar kunnen ook tweedimensionale objecten uit het alledaagse leven zijn - verkeersborden bijvoorbeeld. Misschien zelfs driedimensionale. Alle regels worden opgeheven, op één na - het model moet vóór Van Eedens geboorte in 1965 zijn ontstaan.
Deze regel doet dus denken aan de buitengewoon vrije, eigenlijk conceptuele voorschriften die ironisch zijn vervat in de regels die bijvoorbeeld ten grondslag liggen aan het project van Douglas Huebler om alle mensen ter wereld te fotograferen. Bij elke foto waarop mensen te zien waren verklaarde Huebler dat deze een detail vertegenwoordigde van de totale massa van alle mensen. Huebler definieerde daarmee niet zozeer een project waarvan de uitvoering serieus te overwegen was als wel een voorwaarde van de kunst in het algemeen, in het bijzonder van de fotografie. Net zoals Barthes in zijn `Camera lucida' wees op de basisvoorwaarde voor elk fotografisch beeld, namelijk dat het een levende vertoont die nu al, of in elk geval op zekere dag, een dode zal zijn, verwees Huebler naar het feit dat elk individu ook automatisch een vertegenwoordiger is van een groter verband, en dus niet alleen een individu is, maar ook een type en representant wordt zodra hij onderhevig is aan de abstractie die een beeldfragment van de werkelijke wereld nu eenmaal met zich meebrengt.
Van dezelfde aard is de regel van Van Eeden, hij draait alleen de melancholieke, op de toekomst gerichte blik van Barthes om en richt die als het ware optimistisch op het verleden. Dat correspondeert weer met het medium. De regel van Barthes zal pas in de toekomst, en wel op een volstrekt onbepaald tijdstip in volkomen toevallig, maar ook met volstrekte zekerheid in vervulling gaan. De wereld van Van Eeden is volstrekt veilig en niet-toevallig en haar lot is al in vervulling gegaan. Het toeval gaat pas een rol spelen wanneer de tekenaar in zijn willekeur een beeld kiest, een beelddetail bepaalt en projecteert. Want in die keuze van de tekenaar, die hij doet vanuit het perspectief van de dode, afgesloten situaties en de constellatie van het verleden, spelen alleen toeval en onberekenbaarheid een rol. Daarmee strookt het feit dat Barthes' beelden door een objectief apparaat, zelfs letterlijk voorzien van een zogenaamd objectief, worden gemaakt, terwijl de tekeningen van Van Eeden alleen van een subjectieve hand afkomstig kunnen zijn.
Van Eeden vlucht dus niet in een andere wereld, de wereld vóór zijn eigen leven. Integendeel: hij zoekt de sfeer van veiligheid en zin op en infecteert die met de grilligheid en het toeval die in zijn eigen levend-zijn nu besloten ligt, met zijn - in verhouding tot het afgesloten verleden - volstrekt onberekenbare keuze voor hevige contrasten in deze wereld, het onderscheid tussen belangrijk en onbelangrijk, mooi en lelijk, waar en niet waar. Daarmee maakt hij inbreuk op de grondregel van elke historische roman of kostuumfilm: `Mooi of lelijk, arm of rijk, vandaag is iedereen gelijk.' Namelijk dood.
Zo annexeert Van Eeden echter ook het klassieke regressiegebied en brengt het onder de beslissingsbevoegdheid van het verantwoordelijke Ik, dat immers in elk geval op esthetisch gebied moet verklaren waarom het ene motief of detail beter is dan het andere. Albert Oehlen heeft ooit kunstenaars bekritiseerd die zich door regels of methoden onttrekken aan hun verantwoordelijkheid artistieke beslissingen in laatste instantie ook artistiek te moeten motiveren en dat aan te kunnen. Hij noemde zulke regels `uitvluchten'. Van Eeden heeft dat probleem omgedraaid omdat hij laat zien dat `uitvluchten' in dit geval zelfs niet gelden als er regels bestaan. In het geval namelijk dat deze regels een fundamenteel probleem in de artistieke beslissing niet opschorten, maar juist scherper stellen en veel nauwkeuriger omschrijven - te weten de vraag: waarmee wil ik het witte vlak vullen?

Diedrich Diederichsen
[vertaling: Nelleke van Maaren]

home: http://www.marcelvaneeden.nl | terug