Even de klok stilzettenCornel BierensMarcel van Eeden is een uitgesproken literaire tekenaar, en daar kan hij trots op zijn. Dat laatste zeg ik er maar even bij, want de tijd ligt nog niet ver achter ons dat beeldend kunstenaars helemaal niet trots konden zijn als hun werk literair was. Gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw is ‘literair’ als kwalificatie van een schilderij, tekening of beeldhouwwerk zoiets als een scheldwoord geweest. De kunst mocht vooral niet de verhalen van de wereld in beeld brengen, ze moest haar eigen, niet in verhaallijnen te vangen universum scheppen. Vooral toen de kunst de figuratie de deur uit had gedaan kon ze een tijdje in de overtuiging leven dat ze meer was dan het beeldend equivalent van de literatuur. Maar van de taal was ze daarmee nog niet verlost. Want hoe abstracter de kunst werd, hoe meer ze voor het overbrengen van haar betekenissen afhankelijk werd van de kunsttheorie. Die ontwikkelde zich van steun tot vast onderdeel, en op den duur zelfs tot richtingwijzer. Als een kunstwerk niet in de gangbare theorieën paste maakte het weinig kans voor vol te worden aangezien. Was daarentegen het onderliggende idee goed dan kon het direct op waardering rekenen en hoefde het kunstwerk zelf vaak niet eens meer te worden gemaakt. Dat laatste is gelukkig geen algemeen aanvaarde kunstpraktijk geworden, wat aan de verdiensten van de 20ste-eeuwse abstractie en ideeënkunst overigens niets af doet. Integendeel, dankzij die ontwikkelingen zal de kunst nooit meer een beeld kunnen maken zonder erover te hebben nagedacht wat dat nu eigenlijk is, een beeld. Zelfs wanneer hedendaagse kunstenaars weer ‘gewoon’ (dat wil zeggen quasi-ouderwets) figuratieve taferelen tekenen, laten ze daarin, als het goed is, altijd de sporen van de 20ste eeuw doorschemeren. Marcel van Eeden doet dat op verschillende manieren, hij maakt bijvoorbeeld naast een grote hoeveelheid realistische tekeningen, zo nu en dan ook een abstracte. Daarop staan dan niet meer dan een paar balken, strepen, stippen of driehoeken, en soms ook alleen maar een getekende tekst. In het totale werk figureren deze tekeningen als een soort kilometerpaaltjes, die maken dat wij, terwijl de kunstenaar ons langs zijn even levendige als afwisselende scènes voert, af en toe ook op de weg zelf letten. Heel goed, want al wordt een weg meestal mooi genoemd vanwege het landschap waar hij doorheen leidt, ook het zwarte asfalt zelf kan mooi zijn, zeker als dat is getekend met het negropotlood van Marcel van Eeden. Maar niet alleen de abstractie, ook de 20ste-eeuwse ideeënkunst leeft voort in Van Eedens werk. Zoals bijvoorbeeld de Japans-Amerikaanse kunstenaar On Kawara jarenlang dagelijks een ansichtkaart verstuurde met het tijdstip waarop hij wakker was geworden, en in boeken bijhield waar hij was geweest en met wie hij had gesproken, zo maakt Van Eeden dagelijks een tekening van een foto die dateert van vóór zijn geboortejaar (1965). Hij legt zichzelf, net als zijn voorgangers, een strikte regelmaat en zelfgemaakte wettelijke beperkingen op. Maar anders dan zijn voorgangers doet hij geen verslag van zijn leven, maar van de oneindige hoeveelheid gebeurtenissen waaruit zijn leven, op een of andere manier, is voortgekomen. Zijn werk is een langzaam vollopend stuwmeer van fragmenten uit zijn voorgeschiedenis, een heroïsche poging om zolang hij er is de klok stil te zetten, en juist daardoor de aandacht op zijn bestaan te vestigen. Het kan niet anders of op een dag zal de stuwdam doorbreken en de opgehouden tijd zich met reuzenkracht naar beneden storten en zijn weg vervolgen. En het is maar al te duidelijk wanneer die dag zal vallen: in het sterfjaar van de kunstenaar. Hij laat in zijn tekeningen zijn eigen tijd en leven schitteren door afwezigheid, en precies dat geeft hem een filosofische positie die zijn werk des te literairder maakt. Hij laat zich ook graag inspireren door schrijvers, en schrijvers op hun beurt bewonderen zijn werk en associëren hem met weer andere schrijvers. En zo gaat het ook deze keer, want voor mij is het bijna onmogelijk te kijken naar de tekeningen van Marcel van Eeden zonder te denken aan de verhalen van Maarten Biesheuvel. In een van die verhalen, uit de bundel De angstkunstenaar, schrijft Biesheuvel over een voorspellende droom die hij al had in zijn jeugd en ook nog regelmatig daarna. Er loopt dan nog geen directe spoorlijn van zijn woonplaats Leiden naar Amsterdam, maar Biesheuvel droomt al dat hij in die trein zit. Hij ontmoet er een buitenlandse filmster die hem meteen begint te versieren. Op Schiphol wordt hij door een konijn gewaarschuwd dat hij beter uit kan stappen, maar omdat hij verliefd is op de vrouw blijft hij zitten. Even later ontspoort de trein en komen ze allebei om. Als de echtgenote van de schrijver dan een keer uit de krant voorleest dat er een treinverbinding gaat komen tussen Leiden en Amsterdam via Schiphol, schrikt hij vreselijk. Nu in ieder geval dat deel van de droom is uitgekomen begint hij ook geobsedeerd te raken door de gedachte dat hij dood is. ‘Ik neem wel waar, maar ik leef niet, ik ben er eenvoudig niet maar denk me alles in.’ Later als het nieuwe spoor is aangelegd en Biesheuvel naar een vriend in Amsterdam reist, komt er onderweg een vrouw tegenover hem zitten in wie hij de filmster herkent. Op het perron van Schiphol speurt hij naar het konijn maar ziet het niet, waaruit hij concludeert dat hij ‘dus’ uit moet stappen. Hij keert terug naar huis, en ’s avonds hoort hij zijn vrouw vragen of hij onderweg geen moeilijkheden heeft ondervonden van de trein die tussen Schiphol en Amsterdam is ontspoord, met dodelijke gevolgen. Vanaf dat moment leeft de schrijver een tijd in de waan dat hij onsterfelijk is. Biesheuvel besluit zijn verhaal met de mooie zin: ‘Die ik over eeuwen zal zijn, was ik vier jaar voor mijn geboorte al!’ Welnu, ik denk dat niemand raker onder woorden heeft gebracht waarom Marcel van Eeden zo consequent de jaren van voor zijn geboorte tekent: uit verlangen om er over eeuwen nog steeds te zijn. Amsterdam, maart 2003 home: http://www.marcelvaneeden.nl | terug |