Sublieme stilteRoel ArkesteijnMarcel van Eeden neemt met zijn ingetogen potloodtekeningen een opvallende plaats in binnen de hedendaagse kunst. Ze steken met hun ambachtelijkheid, nostalgie en schijnbare pretentieloosheid schril af bij het barokke vormgeweld van een groot deel van de eigentijdse-kunstproductie. Het is dan ook niet ondenkbaar dat ze door sommige kunstliefhebbers bij oppervlakkige beschouwing ten onrechte worden afgedaan als ouderwets of zelfs regressief. Uitzonderlijk genoeg gaat achter de veelal oudmeesterlijke gloed van de tekeningen echter een ingrijpend postmodern conceptualisme schuil. Voor zijn tekeningen put hij onbekommerd uit foto’s en afbeeldingen uit oude boeken en tijdschriften, variërend van reisboeken en topografische atlassen tot kunstboeken en tijdschriften als de Wereldkroniek, Life, Paris Match, De Spiegel of De Katholieke Illustratie. Door ze nauwgezet na te tekenen, telkens beginnend in de linkerbovenhoek van het tekenpapier en eindigend in de rechteronderhoek, eigent de gretige plaatjesvorser zich de beelden toe (‘appropriation’ heet dat in postmoderne kunsttermen). Bijna als een machine die geprogrammeerd is om te tekenen braakt hij zo minstens een tekening per dag uit, en het liefst méér. Zijn filosofie en zijn curieuze, omnivore beeldkeuze brengen een variatie in de stilistische uitvoering van de tekeningen met zich mee. Iedere keer dat je geneigd bent om Van Eedens tekenhand te typeren in termen van tekenachtigheid, virtuositeit, ruimtelijkheid, subtiele toonverschillen en de duidelijk herkenbare halen en krassen van het potlood, verruilt hij dat verfijnde handschrift plots voor een tekentrant met vlijmscherpe contouren en harde licht-donkercontrasten. Zijn beeldkeuze laat al net zo’n verscheidenheid zien. De onderwerpen van zijn tekeningen reiken van desolate hoogbouw uit de wederopbouwjaren, fin-de-siècle-achtige interieurs en aanzichten van restaurants tot nachtelijke stadsgezichten en oude weefpatronen van textiel. Mede vanwege de dramatische lichteffecten hebben de onderwerpen veelal een sinistere sfeer en geven ze een gevoel van suspense. De sleutel tot Van Eedens schier eindeloze, ogenschijnlijk chaotische beeldenstroom ligt in de datering van zijn bronnen: de afbeeldingen waarvan hij zich bedient dateren globaal van de jaren twintig tot aan 1965, het geboortejaar van de kunstenaar. De tekeningen zijn zodoende te beschouwen als niet minder dan een obsessieve poging tot reconstructie van de tijd van voor zijn geboorte, als een streven om toegang te krijgen tot een tijdperk dat hij zelf niet heeft meegemaakt. Ze moeten dan ook gezien worden als een samenhangend geheel, een encyclopedisch corpus dat alle aspecten omvat van het leven vóór 1965. De eenheid wordt nog versterkt doordat Van Eeden telkens met dezelfde tekenmaterialen, met gelijke formaten en met identieke lijsten werkt. Hij tekent met Negrostift en -potlood, een soort bergkrijt waarmee gitzwarte partijen bereikt kunnen worden, op crèmekleurig papier met rafelige randen dat de tekeningen het aanzien van vergeelde historische documenten geeft. Op dezelfde manier wekken de eenheidsmaten van het gebruikte papier associaties met archiefkaarten. Aanvankelijk werkte hij consequent op een staand formaat van 19 x 14 cm; sinds 1997 gebruikt hij voornamelijk het liggende dubbele formaat 19 x 28 cm, waardoor meer panoramische voorstellingen mogelijk werden. De systematiek van zijn oeuvre wordt ten slotte nog onderstreept door de identieke quasi-antieke rood-bruine lijsten waarin de tekeningen worden geëxposeerd. Zoals hij zijn artistieke carrière aanving met het maken van seriële monochrome schilderijen, zo is Van Eeden in zekere zin nog steeds te beschouwen als een systematisch, fundamenteel kunstenaar. Van Eeden gaf zijn voortdurend uitdijend universum de overkoepelende titel ‘Encyclopedie van mijn dood’. De titel, die met zijn zweem van romantiek overeenstemt met het karakter van de tekeningen, duidt op de wonderlijke spiegelingen die zich in zijn werk voordoen. De toestand van voor zijn geboorte staat voor Van Eeden namelijk gelijk aan de staat van na zijn dood: een volmaakte afwezigheid. “Toen je er zelf nog niet was, had niemand daar last van en als je er straks niet meer bent, geldt in feite hetzelfde. Dat is een vreemde gedachte die mij fascineert”, verklaarde hij eens in een interview.(1) Elders verzuchtte hij: “Voor mij is het de meest wezenlijke toestand. Het is een soort ideale toestand, een sublieme stilte. Het is een vreemd schemergebied: je kunt er niet heen en toch ook min of meer wel. Het heeft iets paradijselijks”.(2) Niet toevallig adapteerde Van Eeden voor een website als pseudoniem de naam van de Roemeense filosoof en aartspessimist Emil Michel Cioran, die een boek schreef met de programmatische titel Geboren zijn is ongemak. Paradoxaal genoeg wijdt Van Eeden zijn leven zo aan de reconstructie van het moment van zijn dood. Zijn werk is dan ook op te vatten als niets minder dan een bezwering van magere Hein door een verkenning van het grensgebied tussen dood en leven. Kenmerkend genoeg werkt de kunstenaar vooral in de late avond en ‘s nachts aan zijn tekeningen. Hij roept daarmee onwillekeurig zijn aan slapeloosheid lijdende Belgische voorganger Léon Spilliaert in herinnering, met wiens bijna verzengend melancholische tekeningen Van Eeden ongetwijfeld affiniteit zal hebben. Als een moderne Orlando die zich via zijn werk vrij door tijd en ruimte kan bewegen, ziet Van Eeden kans om bijna alomvattend aanwezig te zijn in de wereld waaruit hij voortkwam. Zijn vitale, dagelijkse stroom tekeningen functioneert bovendien als een levensbevestiging, vergelijkbaar met de telegrammen die de conceptuele kunstenaar On Kawara dagelijks verstuurde om te laten weten dat hij nog steeds in leven was. Van Eedens werkwijze is er een van identificatie. Zoals de Italiaanse kunstenaar Guiseppe Penone ooit verklaarde dat hij zich door het namaken van een geërodeerde riviersteen kon vereenzelvigen met de stromende rivier,(3) zo neemt Van Eeden bezit van het verleden door het natekenen en daarmee actualiseren van historische foto’s. De kleine formaten van de tekeningen versterken de intimiteit van die onderneming. “Als je zo’n foto natekent ben je als het ware in die foto, dan wandel je erin rond. (-) Doordat je die moeite moet doen om het zo goed te bekijken om het na te tekenen, kom je ook dicht bij het moment waarop die foto genomen is. Je hoort de mensen erop bijna praten met elkaar maar niet met jou, jij blijft een buitenstaander”, aldus de kunstenaar.(4) Hij lijkt zich pijnlijk bewust van de onmogelijkheid om het verleden werkelijk te benaderen. Bij het natekenen van de foto’s gaan details verloren en treden anderszins vertekeningen op; de grove, zwierige potloodlijnen in zijn tekeningen fungeren vaak als sluiers die een deel van het zicht op de historische voorstellingen benemen. Bovendien raken de taferelen bij het tekenen geïsoleerd uit de context waarvan ze oorspronkelijk deel uitmaakten. Doordat verklarende bijschriften of titels ontbreken bij de individuele tekeningen, krijgen de onderwerpen meer algemene geldigheid en een sterke suggestiviteit. Hoewel iedere voorstelling in Van Eedens tekeningen zo de potentie heeft om uit te groeien tot een episode in een verhaal of een film, zal het voor de beschouwer tegelijk altijd gissen blijven naar de precieze context of betekenis van het beeld dat aan de basis van de tekeningen stond. Herkenbare, verheven historische gebeurtenissen ontbreken veelal in Van Eedens voorstellingen; zijn tekeningen tonen veeleer de alledaagse situaties die in het geheel van de tijd bezien inderdaad het grootste deel van de geschiedenis vormen. Daarmee betoont hij zich, misschien meer dan hij wil toegeven, een postmodern kunstenaar. In zijn individuele tekeningen intensiveert hij weliswaar de herinnering aan specifieke gebeurtenissen; in het overdonderende totaal van zijn oeuvre wordt het belang en de uniciteit van al die afzonderlijke contextloze situaties juist gerelativeerd. De (levens)geschiedenis hangt bij hem zo aan elkaar van tamelijk banale, onderling bijna inwisselbare momenten, situaties en verhalen. Het werk van Van Eeden stelt de betekenis die we in onze door media bepaalde maatschappij aan het beeld toekennen zodoende ter discussie. Zijn tekeningen raken direct aan existentiële vragen naar onze oorsprong en de betekenis van het leven. Hoe sombere lessen ook uit de tekeningen te trekken zijn, de fascinatie die Van Eedens overrompelende levenswerk oproept wordt er niet minder van. (1) R. van Put, ‘Precies, weelderig, schetsmatig en toch dezelfde sfeer’, Haagsche Courant 27.3.2002. (2) G.J. de Rook, ‘Marcel van Eeden: ‘Als een punt breekt, weet je dat het mis is’’, in: brochure Marcel van Eeden: tekeningen, Haarlem (Teylers Museum) 2001. (3) Tent.cat. Guiseppe Penone, Mönchengladbach (Städtisches Museum Abteiberg) 1982, ongepagineerd. (4) Op.cit. (zie noot 2) home: http://www.marcelvaneeden.nl | terug |